Alleen een deskundige kan bepalen of iemand depressief is. Als je echter denkt dat je depressief bent, probeer je terug te denken aan de laatste paar weken en beantwoord je de volgende vragenlijst.
Voel je je voortdurend bedroefd?
Heb je geen interesse in dingen die je eerst wel leuk vond?
Is je eetlust veranderd?
Slaap je veel of vind je het moeilijk om in slaap te komen?
Voel je je onrustig en hypergevoelig of heb je juist totaal geen energie meer?
Voel je je slecht over jezelf? Voel je je verward of kun je moeilijk beslissingen nemen?
Denk je aan de dood of aan zelfmoord?
Heb je veel pijn en kwaaltjes?
Spijbel je of haal je veel lagere cijfers dan normaal?
Ben je weggelopen of denk je daar wel eens aan?
Huil je snel of word je snel boos?
Gebruik je overmatig veel alcohol of drugs?
Ben je overgevoelig voor afwijzing en mislukking?
Het is soms moeilijk om depressiviteit te onderscheiden van het angstgevoel van je tienerjaren. Als enkele van de bovenstaande symptomen je echter heel bekend voorkomen, kan het zijn dat je gevoelig bent voor depressiviteit. Toegeven dat je een probleem hebt, is slechts de helft van de oplossing. Schaam je niet en wees niet bang om om hulp te vragen. Depressiviteit is namelijk een ziekte waarvoor je juist moet worden behandeld. Je kunt het niet alleen. Praat dus met je vader of moeder of een volwassene die je vertrouwt, zoals de schoolarts.
|